Willemsen houdt van draaien en keren

7 juli 2011 | Van onze AS-redactie

Diep in de schaduw van de grote Tour blijven de amateurwielrenners in Nederland onverdroten hun wedstrijden rijden. Na elke Tour-etappe stapt ook Mario Willemsen weer op zijn fiets voor de nodige trainingskilometers. De 33-jarige Huissenaar, schilder van beroep, is na enkele pechjaren weer helemaal terug. AS sprak met de man, die als geen ander kan draaien en keren.

Volg je de Tour?
Mario Willemsen: “Elke dag, als ik van mijn werk thuis kom, gaat uiteraard eerst de tv aan. Ik vind deze eerste week wel spectaculair. Normaal zijn de eerste dagen voor de sprinters en verlopen de etappes vaak saai. Maar nu zijn er meteen al veel klimmetjes en is er veel spektakel. Daar hou ik wel van.”

Hoe sta je er er zelf voor?
“Dit is in feite mijn eerste volledige  jaar weer als amateur. Ik was enkele jaren gestopt: huis gekocht, verkering ver weg, je kent dat wel. In 2008 ben ik weer begonnen, maar toen brak ik mijn sleutelbeen. Dat jaar ging verloren. In 2009 is er een plaat in gekomen, die er pas eind van dat jaar uit ging. Pas halverwege 2010 kon ik weer echt aan het herstel werken.”

Blij dat je volledig terug bent?
“Mijn vrouw zegt altijd: je bent véél gelukkiger mét fiets. Zo is het. Ik zal nooit zonder fiets op vakantie gaan. Dit jaar gaan we naar Italië, Lago Maggiore en Toscane, mooie fietsgebieden. Gelukkig is mijn vrouw ook heel sportief en fietst zij ook veel. Fietsen is wel erg belangrijk voor ons.”

Hoe is het met de vorm?
“Nogal wisselvallig. Het hangt er in hoge mate van af wat ik overdag gedaan heb. Ik ben schilder en als ik de hele dag op de steiger heb gestaan, dan voel ik ‘s avonds de kuitjes heel goed. Dan kan ik geen topprestatie leveren.”

Toch zit je vaak bij de eerste tien.
“Ik ben daar wel aardig tevreden over. Zesde in Elden, tiende in Sint-Oedenrode. Toch hoop ik nog op een paar uitschieters. Mijn doel is om betere uitslagen te rijden. Het is vaak onvoorspelbaar. In Elden had ik slechte benen en werd ik toch zesde. En met goede benen is het soms niks.”

Hoe bereik je je doel?
“Ik train dit seizoen iets anders. Ik heb drie traininsgavonden: dinsdag, woensdag, donderdag. De dinsdag is op Papendal, de competitie van RETO. Die zag ik eerst altijd als een echte wedstrijd, met alle spanningen erbij. Ik gebruik die avond nu echt als training. Ik rij niet meer puur voor de winst, maar zal wel steeds proberen gaten dicht te rijden. Winnen is geen hoofddoel meer, dat bevalt me goed.”

Je bent 33. Op je sterkst?
“Normaal ben je dat op je 28e.  Maar bij de amateurs zijn het vaak de 40-plussers die de dienst uitmaken. Die mannen hebben een ongelooflijke hardheid over zich. Bovendien stralen ze ook een bepaalde rust uit, in hun gewone leven hebben ze niks aan hun hoofd. Terwijl jongeren wel allerlei zorgen hebben.”

Wat is jouw sterkste kant?
“Technische rondjes. Draaien en keren is het liefst wat ik doe, en dat kan ik ook goed. Een kwestie van goed sturen. Ik durf de bochten altijd scherp te nemen. “

Wat is jouw eerstvolgende wedstrijd?
“Zaterdag de Ronde van Dodewaard. Voor mij iets speciaals. Deze koers wordt georganiseerd door mijn oude club, De Meteoor. Ik hoop daar dus iets te kunnen laten zien. Het parcours is prachtig: de dijk op, het dorp door, mooie bochtjes. Ik verheug me erop.”