UDI-dames: iets feller mag wel

6 januari 2011 | Van onze AS-redactie

De handbalsters van UDI 1896 staan op de negende plaats in de tweede klasse B. Ietwat tegenvallend, maar daar zijn oorzaken voor aan te wijzen, zegt trainer Steven van der Wall. Zondag speelt zijn ploeg in sporthal Kermisland tegen koploper en stadgenoot ESCA. De trainer acht zijn ploeg niet kansloos.

Negende op de ranglijst. Een tegenvaller?
Steven van der Wall: “Dat is een groot woord. De dames hebben er namelijk heel veel plezier in. We hadden iets hoger kunnen staan, dat is zeker. Maar we hebben pech gehad in de vorm van blessures. Zo is Nicole Padberg vanaf het begin van het seizoen geblesseerd, een omgeklapte enkel. Ze zou belangrijk zijn geweest maar heeft na de eerste twee wedstrijden niet meer gespeeld. Daar kwamen andere blessures bij, Elsbeth Meussen bijvoorbeeld, zodat het team vaak niet compleet was. En zondag is Marloes van Zomeren er niet bij. Ze is geblesseerd geraakt tijdens haar skivakantie.”

Wat doet jouw team goed en wat niet?
“We slagen er steeds beter in om de bal in de ploeg te houden. We hebben daar veel aandacht aan besteed en we lijden steeds minder balverlies. Minder goed is het feit dat de wil om te winnen er niet altijd is. Het mag wat mij betreft best wat feller en harder. Een over-mijn-lijk-mentaliteit hoeft voor mij ook niet en aan armen trekken heb ik een hekel, maar meer felheid zou wel mogen. Met die instelling hadden we meer wedstrijden gewonnen. Maar we komen dit seizoen nog wel hoger. Als iedereen er weer bij is, kunnen we op de zesde plaats eindigen.”

Ben je tevreden over het spelpeil?
“Voor het grote werk moet je uiteraard naar sporthal  Elderveld. Daar wordt eredivisie gespeeld en daar kun je een topteam als Volendam zien. Maar bij ons wordt heel aardig gespeeld, soms wat rommelig maar dat kan ook zijn charme hebben.”  

Wat is jouw handbalverleden?
“Ik ben om mijn zesde begonnen bij UDI, op mijn zestiende stond ik in het eerste. Daarna heb ik, samen met Guido Snijder, drie jaar voor ESCA gespeeld. In verband met  studie ben ik daarna gestopt met de sport. Zeven jaar geleden ben ik teruggekeerd in Arnhem en heb ik de draad bij UDI weer opgepakt. Mijn jeugdvrienden speelden er nog. Sinds vorig seizoen train ik de dames. Soms speel ik mee in het derde team. Ik voel me prettig bij deze club, iedereen is bereid de handen uit de mouwen te steken voor UDI.”

Hoe ziet de toekomst van UDI eruit?
“Bij de senioren zal er op korte termijn niet veel veranderen, het beleid is er ook niet op gericht om hogerop te willen. Met de jeugd gaat het heel goed. Bij de mini’s en de B-junioren zit veel talent. Ik geloof zelfs dat alle jeugdteams bezet zijn, en dat is wel eens anders geweest. Er is een hele grote groep jeugd. Onze jeugdcommissie heeft daar veel aandacht aan besteed. Dat is een compliment waard, ze hebben de jeugdafdeling nieuw leven ingeblazen en over vier of vijf jaar jaar kun je echt gaan bouwen. Het potentieel is veelbelovend.”

Zondag komt ESCA. Zie je kansen?
“Altijd. We hebben dit seizoen namelijk ook een aantal hele goede wedstrijden gespeeld. Je speelt dan wel tegen de koploper, en ESCA heeft Kim van den Brink in de ploeg, dat is kwaliteit, maar voor mij is het gewoon een van de vele wedstrijden. Lastig genoeg, maar het ligt er helemaal aan hoe we er ingaan. Als de kopjes bij ons de goede kant op staan, dan wil ik het nog wel zien.”