‘Niets mooiers dan beslissend te zijn’

8 november 2010 | Van onze AS-redactie

Frans Budel is niet weg te denken bij VVO. Ruim 20 jaar staat hij in het doel van de Velpse voetbalclub, vrijwel altijd in het eerste. Maandag werd deze illustere doelman 40 jaar. Frans Budel weet van geen ophouden.

Proficiat. Van der Sar is 40, Rob van Dijk is 40, en nu is ook Frans Budel 40 jaar.
Frans Budel: “Hahaha, een mooi rijtje. Anderen mogen oordelen over ieders kwaliteiten.”‘

Hoe hou je het zo lang vol?
“Ik ben superfanatiek en ik geniet nog steeds van de wedstrijd, van de training, en van de gezelligheid ná de wedstrijd. En voorlopig zijn er nog geen anderen die Frans Budel verdringen uit het doel.”

Hoe sta je er fysiek voor?
“Goed, het is prima op te brengen. Zo nu en dan ‘skip’ ik een training, de trainer vindt dat goed. Na een drukke wedstrijd voel ik de pijntjes op maandag echt wel. Ik sukkel nog wel eens met mijn knie. Maar een pilletje doet wonderen, ik klaag niet zo snel.”

Waarom kunnen keepers zo lang mee?
“Je verleert het niet. Je kunt puur op ervaring nog goeie dingen doen. Als je wat ouder wordt, ben je niet meer zenuwachtig in het doel, je bent rustiger. Je moet dan het geluk hebben dat je zo nu en dan een ‘lekkere’  wedstrijd keept. Dat heb ik.”

Hoe voelt dat tussen al die jonge gasten?
“Sommige jongens hadden mijn kinderen kunnen zijn. Ik kan er goed mee omgaan. Soms moet je die knapen wijzen op de ‘oude mentaliteit’:  ‘s avonds een vent, ‘s ochtends een vent. Ik ben af en toe best wel kritisch op hen. Als ze niet afbellen of te laat komen. Daar kan ik slecht tegen, komt ook doordat ik zelf ondernemer ben.”

Een leven lang bij VVO?
“Vanaf mijn zevende. Nu 33 jaar dus. Daartussendoor heb ik in Giesbeek en Arnhem gewoond, nu weer in Velp, een echte VVO-man. Vanaf mijn zeventiende zat ik bij de selectie, vanaf mijn 20ste vaste keeper. Vorig seizoen had ik gekozen voor het tweede, ik wilde het iets rustiger aan doen. Maar het begon toch weer te kriebelen en nu sta ik er weer.”

Noem eens hoogtepunt.
“De promotie naar de derde klasse in de jaren negentig, de promotie naar de vierde klasse in 2000. Maar het échte  hoogtepunt komt dit seizoen hopelijk: weer promotie.”

Is dat mogelijk?”
“Daar ben ik van overtuigd. We hebben er zó vaak naast gegrepen, nu moet het maar eens gebeuren. Ik hou de jongens ook steeds voor dat het kan. We moeten wel de kop erbij houden.”

Dit seizoen heb je 15 doelpunten tegen.
“Dat is te veel. Er zaten wat ongelukkige momenten bij. Twee keer bij het uitschieten van de bal die tegen een tegenstander aan kwam en in het doel viel. Tot nu toe heb ik één keer de nul vastgehouden. Per seizoen moet je toch wel acht keer de nul kunnen vasthouden. Hoe minder goals tegen, hoe gemakkelijker je wedstrijden wint. Er is nog een lange weg te gaan. Maar voor een keeper is er niets mooiers dan beslissend te zijn. Ik heb toch in een paar wedstrijden de punten kunnen pakken, dat gaf een geweldig gevoel.”

Wat vindt jouw gezin – vrouw, drie kinderen van 3, 7 en 9 jaar – van jouw hobby?
“Ze vinden het prima en ze zijn er altijd, meestal ook bij uitwedstrijden. Ja, zondag is voetbal bij ons. De kinderen weten niet beter.”

De belangrijkste vraag: hoe lang gaat Frans Budel door?
“Dat bekijk ik per seizoen. Ik zal dus nu niet zeggen dat ik stop.”