Fred Wieland voelt zich thuis bij UDI

22 september 2010 | Van onze AS-redactie

Fred Wieland is sinds een paar weken aan de slag als de nieuwe trainer van de handbalmannen van UDI 1896. De oefenmeester uit Angeren voelt zich thuis bij de Arnhemse club en ziet volop perspectief. AS sprak met de 47-jarige trainer.

Wat is jouw indruk van UDI?
Fred Wieland: “Er heerst een cultuur die precies bij me past: er is niet alleen teamspirit maar ook verenigingsspirit. Het is een hechte vereniging waarin de mensen iets voor elkaar over hebben. Senioren trainen de jeugd of helpen bij kampen. De oude garde is tot alles bereid. Ook de randvoorwaarden zijn prima. Er is een spelersbusje, de kleding ziet er goed uit. Details misschien, maar wel heel belangrijk.”

Ben je tevreden over het niveau?
“Valt me niks tegen, op een toernooi in Emmen hebben we zelfs goed gespeeld. We zijn bezig met een overbruggingsperiode. Jeugd inpassen, een belangrijk element. We willen de A-jeugd omhoog krikken, drie jongens trainen al mee met het eerste. Die hebben de klasse om in te schuiven.”

UDI is gepromoveerd naar de regioklasse. Wat is jouw doel?
“Handhaven. Gelukkig zijn we in Zuid ingedeeld.  Dat vind ik fantastisch. In Zuid wordt veel mooier handbal gespeeld dan in Noord, het is beter verzorgd, je kun er écht handballen. Dat betekent tegelijkertijd dat het een zware dobber wordt. Ik heb vertrouwen in deze groep. De vaste kern is gebleven, er komen jeugdige talenten bij, bovendien hoop ik dat Clifford Suiters er bij komt, hij heeft nu nog een knieblessure. Hij kan belangrijk zijn. Handhaven dit seizoen dus. De volgende stap is een plaats bij de eerste vijf.”

Hoe ziet jouw handbalverleden eruït?
“Ik zit vanaf mijn 17e in het handbal, nu 30 jaar dus. Als speler, als speler-trainer, als trainer.  Ik kom uit het Arnhemia/AAC-nest, qua cultuur vergelijkbaar met UDI. Daartussendoor heb ik een uitstapje gemaakt naar Apollo in Wehl. Vorig seizoen had ik geen club. UDI kwam als geroepen, ik ben blij terug te zijn.”

Wat is jouw spelopvatting?
“Een goede organisatie en doelgerichtheid. Iedereen is tegenwoordig  geneigd om het accent op de aanval te leggen, maar ik vind dat eerst de verdediging goed moet staan. Met een goede organisatie begint alles. Daarna komt de omschakeling naar de aanval en kun je tempo maken. Ten tweede de doelgerichtheid. Te vaak zie je spelers een bal zomaar afspelen, zonder gedachte, zonder doel. Maar mijn visie is dat elke actie doelgericht moet zijn. Ja, daar kun je op trainen.”