‘Arnhemia maakt competitie af’

6 oktober 2010 | Van onze AS-redactie

Hij bezweert dat er niets aan de hand is. Henk Bouwman, de voorzitter van Arnhemia, vecht voor zijn club en staat pal achter het voetbalteam dat zaterdag niet kwam opdagen tegen AZ 2000.

Dat leverde hem én Arnhemia veel boze reacties op. Maar Bouwman is strijdvaardig en wijst alle beschuldigingen van de hand: “Er waren zeven spelers ziek en een paar op vakantie. Er waren zes spelers over. Ik heb geen reden om daar aan te twijfelen. We hebben verder keurig aan onze verplichtingen voldaan: AZ 2000, de KNVB en de scheidsrechter zijn meteen geïnformeerd. Niets aan de hand. Ja, er kwamen ook boze opmerkingen mijn kant op, omdat ik nergens van af wist. Ik wist het écht niet, want ik stond, en sta nu nog, op een beurs. En op mijn werk heb ik mijn privé-telefoon niet aan staan.”
“Ik begijp de reacties ook wel, ik had er vroeger zelf een bloedhekel aan als een wedstrijd werd afgelast. Echt verschrikkelijk. Zondag moest Arnhemia weer naar AZ 2000, en ik heb tegen die mensen van AZ  gezegd: het spijt me, ik vind het erg vervelend, maar ik kan er verder niet zo gek veel aan doen.”

Er gingen geluiden op dat het zaterdagteam van Arnhemia helemaal niet meer zou verschijnen in deze competitie. Wat voor de rest een ramp zou zijn, want de vierde klasse A telt slechts tien elftallen. Valt er een weg, dat zou het seizoen uit slechts 16 wedstrijden bestaan.
Bouwman echter: “‘Het elftal gaat gewoon door. Ik heb begrepen dat de meeste spelers deze week weer op de training waren, dus zaterdag wordt er gewoon gevoetbald. Ik kan niet in de toekomst kijken, maar ik ga ervan uit dat dit team de competitie gewoon afmaakt. Ja, ze staan stijf onderaan, en dat werkt niet erg motiverend. Maar vorig seizoen  stonden ze óók onderaan en hebben ze óók gewoon doorgevoetbald.”
Toch had Arnhemia vaker problemen met het zaterdagelftal. Het seizoen stond op punt van beginnen toen de trainer,  Marc Gerritsen, er de brui aan gaf. Volgens Bouwman zag hij het niet zitten omdat er te weinig kwaliteit was. Milton van Rijn, technisch coördinator van de vereniging, nam het toen over. Zelfs maakte Van Rijn onlangs zijn entree als voetballer in het elftal. Bouwman: ”Ik geef het toe, ideaal is de situatie niet.”

De voorzitter stipt meteen een probleem binnen het amateurvoetbal aan, dat in het verlengde ligt van wat bij Arnhemia gebeurde. De mentaliteit van de voetballers. Bouwman geeft een voorbeeld: “‘Vroeger piekerde je er niet over om tijdens het voetbalseizoen met vakantie te gaan. Nu doen ze dat zó gemakkelijk.”
 Dat heeft zonder twijfel met clubtrouw, met clubbinding  en met verantwoordelijkheidsgevoel te maken. Bouwman: “Aan het einde van elk seizoen vraag je je af: blijven de spelers wel?”
Wim Hendriks, de voorzitter van de Arnhemse Voetbal Federatie, zei daar deze week ook iets over: “Spelers verkassen hier ongelooflijk gemakkelijk van club. Kijk, in een dorp heb je maar één club. Daar valt niets te kiezen. Daar gaan de spelers na de training met z’n allen aan tafel zitten met een krat bier. Maar in de stad drinken ze na de training een kop koffie en ze zijn vertrokken. In de stad hebben de spelers geen binding met de club meer, in Arnhem dus ook niet.” En Henk Bouwman: “Weet je wat ook een probleem is? De meeste voetballers kunnen niet eens kaarten. Vroeger was de donderdagavond de vaste kaartavond, ze hingen met de benen de kantine uit. Iedereen was er. Waar zie je dat tegenwoordig nog?”
Bouwman tot slot: “In Arnhem zijn te veel clubs en te weinig voetballers. Daar zullen we, samen met de Federatie, eens goed naar moeten kijken.”