Vakman keert terug bij Westervoort

15 december 2010 | Van onze AS-redactie

Kwaliteit en ervaring. Die woorden passen bij Rolf Oostinga (64), de nieuwe trainer van Sportclub Westervoort. Afgelopen dinsdag stelde hij zich in zalencentrum Wieleman voor aan de selectie van de vijfdeklasser. De AS-redactie sprak met Oostinga. 

Rolf Oostinga is bij Sportclub Westervoort de opvolger van Bob Hartemink, die eind oktober opstapte. De Liemerse voetbalploeg was de laatste jaren niet altijd positief in het nieuws. Oostinga, die gerenommeerde clubs als Achilles’29, Jonge Kracht, SML en Arnhemse Boys onder zijn hoed had, moet voor rust en prestaties zorgen.

U bent terug op het veld. Blij?
Rolf Oostinga: “Ja, in het seizoen 2007-2008 was ik voor het laatst een jaar hoofdtrainer van Arnhemse Boys. Ik had ook nog een overeenkomst met het Sportbedrijf Arnhem om de overgang van Arnhemse Boys naar de Schuytgraaf te begeleiden. Dat heb de twee seizoenen erna gedaan en dat heb ik in de zomer afgesloten. Het was een mooi project, geslaagd ook. Ik ben heel tevreden hoe die club nu functioneert. Maar het leukste is toch om met een groep op het veld te staan. Spelers beter maken en van een groep individuen een team maken.”

En dan nu in de slangenkuil van sportclub Westervoort.
Oostinga, met een lach: “De berichtgeving is de laatste tijd niet al te positief geweest. Je kunt het zien als prikkelend voor mij om er nu in te springen. Maar de rust is weergekeerd. Ik hoef ook niet van alles op de hoogte te zijn. Ik wil er onbevooroordeeld instappen. Ik ken alleen Danny Kampschreur. Hij kwam er net een beetje bij in mijn eerste periode bij Westervoort, van 1990 tot 1994. Een jaar in de vierde klasse en daarna drie seizoenen derde klasse. Ik heb Westervoort dit seizoen eenmaal gezien. Het viel me op dat het spel onrustig was, met weinig overleg.”

Dat gaat veranderen. U gaat Westervoort redden?
“Dat zie ik zo niet. De club verkeert niet in een deplorabele toestand. Ik voorzie geen problemen. Ik ben redelijk door de wol geverfd, loop al heel lang mee. Ik heb bij een twaalftal clubs gewerkt en het heeft altijd wel geklikt. Op een eerlijke en consequente manier met elkaar omgaan, dan komt het goed. Ik heb van de hoofdklasse tot en met de vierde klasse getraind. Ik sluit nu af in de vijfde klasse.”

Hoeveel potentie heeft de club?
“Er valt wat op te bouwen, de club heeft zeker potentie. Westervoort heeft 850 leden. Statistisch gezien moeten daar dan toch goede voetballers in lopen?”

Wat gaat u veranderen?
“Ik ga eerst wat gesprekken voeren met de spelers. Dan is het zaak dat we goede afspraken maken, hoe gaan we het doen? Ik hecht aan afspraken. ‘Een man, een man, een woord, een woord’. Die ouderwetse spreekwoorden doen het nog steeds. Maak je goede afspraken, dan heb je minder zorgen. Dan word je minder snel verrast.”

Er is een aantal spelers gestopt. Zijn die weer welkom?
“Ik sta altijd open voor een gesprek, maar zaterdag heb ik nog overleg met het bestuur en de technische commissie. Dan zullen die details wel aan de orde komen.”

Uw twee voorgangers, Hans Zwartkruis en Bob Hartemink, hebben de klus niet afgemaakt.
“Ik ga er vanuit dat ik het wel afmaak. Dat heb ik altijd nog gedaan. We moeten het imago van Westervoort ook weer verbeteren. Dus geen uitwassen meer.”

U sluit uw trainerscarrière af bij Westervoort?
“Ik ben nu 64 jaar. Dus normaal gesproken wel. We hebben een overeenkomst voor anderhalf jaar afgesloten met een optie voor nog een seizoen. Ik heb er in ieder geval verschrikkelijk veel zin in. We gaan er wat moois van maken.”