Liefst 11 jaar was Eric Awater voorzitter van Eldenia. In november 2010 nam Wim Hendriks als interim-voorzitter de taken van Awater over. Zaterdagmiddag biedt het bestuur van Eldenia de Arnhemmer een zeer verdiende afscheidsreceptie aan. De AS-redactie sprak met Eric Awater.
Hoe kijk je terug op je voorzitterschap”
Eric Awater: “Het was een mooie tijd en we veel hebben bereikt. Vanuit een moeilijke financiële positie, waarin we in de eerste jaren de broekriem hebben aangehaald, zijn we geroeid naar een financieel gezonde vereniging. Dat hebben we met zijn allen gedaan, want je kunt het nooit alleen.”
Heb je met je bestuur al je plannen kunnen realiseren?
“In al die jaren hebben we belangrijke kwaliteitsverbeteringen aan kunnen brengen. Qua opleiding van trainers, maar ook qua accommodatie. De aanleg van ons eerste kunstgrasveld in 2004 en de tweede in 2010 beschouw ik als een succes.”
Heeft het sportief gebracht wat je wilde?
“Met je eerste elftal wil je altijd zo hoog mogelijk spelen. Dat is niet gelukt. Kort voor mijn aantreden als voorzitter is Eldenia gepromoveerd naar de derde klasse en toen ik er zat volgde een degradatie. We zijn daarna altijd vierdeklasser gebleven. Je eerste elftal is je paradepaardje, maar het mag niet ten koste van alles gaan. Wij hebben geen spelers betaald, dat is ook nooit een overweging geweest. Ik vond altijd dat we voldoende kwaliteiten hadden, maar omdat er bij ons steeds spelers werden weggehaald, konden we de stap telkens net niet maken. De routine ontbrak. Ik had gehoopt een keer kampioen te worden, maar het is voor geen smet op mijn voorzitterschap dat het niet is gelukt. Ik ben er trouwens van overtuigd dat het wel een keer gaat gebeuren.”
Wat zijn de hoogte- en dieptepunten geweest?
“Dieptepunten heb ik niet gekend. Hoogtepunten wel. Zoals die al eerder genoemde kwaliteitsverbeteringen. Maar we hebben ook andere mooie dingen gedaan. Zo hebben we het G-voetbal weer op de kaart gezet. Dat vind ik een verrijking voor de vereniging. We hebben nu een jeugd- en een seniorenteam en daar ben ik heel trots op. Verder heb ik mooie herinneringen aan ons 60-jarig bestaan in 2005. Een volgend hoogtepunt komt eraan, dat is de bouw van een nieuwe accommodatie. Daar heb ik volop ingestaan.”
Je vertrek kwam toch nog plotseling.
“Ik heb in april 2010 aangekondigd te stoppen. Tot november 2010 heb ik alles netjes afgemaakt. Eldenia heeft normen en waarden hoog in het vaandel staan. Waar nodig wilden wij ingrijpen. Maar er ging een persoonlijke kwestie spelen en het was voor mij als voorzitter niet haalbaar in te grijpen. Dat zou te veel consequenties voor de vereniging en voor mij in de privésfeer tot gevolg hebben gehad. Maar 11 jaar is ook een lange periode, dan wordt het tijd om een keer afscheid te nemen. Ik ambieer ook geen andere functie, ook niet bij een andere club.”
Een voorzitter heeft een zware taak. Leid je niet bijna een bedrijf?
“Het is zwaar en je bént tegenwoordig als voetbalvereniging een bedrijf. Ik was gemiddeld 3 avonden per week bij de club. Op zaterdag was ik frequent aanwezig bij de jeugd en op zondag bij het eerste elftal. Maar ook bij de lagere senioren liet ik mijn gezicht zien. Het is een behoorlijke investering geweest, maar het was het waard. Ik heb er geen spijt van. Eldenia heeft in Wim Hendriks nu een interim-voorzitter en hij heeft taken gedelegeerd. Je ziet trouwens dat meer clubs op zoek zijn naar een voorzitter. Behalve Eldenia ook ESA, VDZ en RKHVV. Dat zegt wel iets. Misschien moet je het wel anders organiseren. Met een goed functionerend bestuur en commissies kun je mogelijk zonder voorzitter. Aan de andere kant heeft een club een gezicht nodig. Zeg je MASV, dan zeg je Ben de Ridder. Zeg je Arnhemia, dan zeg je Henk Bouwman en noem je VDZ, dan denk je aan Geert van Gessel. Maar ik ben met een goed gevoel vertrokken. Eldenia kan de toekomst met vertrouwen tegemoet zien. Er is veel jeugd, meidenvoetbal, G-voetbal, een goede selectie en accommodatieplannen. Dat zit wel goed.”
Tot slot, je hebt na 11 jaar een aardige kijk in de keuken van het totale Arnhemse voetbal. Hoe ziet de toekomst eruit?
“Ik hoop dat de Arnhemse clubs met elkaar in gesprek blijven. Dat ze eerlijk en open naar elkaar zijn, overleggen en de krachten bundelen. De Arnhemse Voetbal Federatie moet daar een rol in blijven spelen. Ik hoop niet dat er nog meer clubs in Arnhem zullen verdwijnen. Je hebt ook tegenstanders nodig om tegen te voetballen. Ik zou het betreuren als er uiteindelijk maar 4 of 5 hele grote clubs over zouden blijven. Dat is niet goed.”