van onze AS-redactie
Guido Snijder gaat aan zijn laatste handbalklus beginnen: de nacompetitie in de eredivisie. Liever had hij met Swift in de kampioensgroep gezeten, maar de Arnhemse handballers zitten in de degradatiegroep, samen met Bevo, HARO en Loreal. Snijder (36) is er op gebrand om afscheid te nemen met behoud van het eredivisieschap. AS sprak met de man die al 27 handbaljaren achter zich heeft.
Je bent ziek geweest, hoe sta je ervoor?
Guido Snijder: "Ik heb griep gehad, ja, en ben sinds donderdag weer aan het werk. Donderdagavond ga ik ook weer naar de training en zaterdag hoor ik er weer bij. Of ik speel weet ik niet, dat bepaalt de trainer."
De spanning stijgt.
"Zeker. De druk is groot, het gaat om handhaving, in die zes wedstrijden moeten we er staan."
Hoe liggen de kansen?
"Ik vind dat Swift een ploeg heeft die van alle tegenstanders kan winnen. Ten opzichte van HARO en Loreal hebben we talentvollere en betere spelers. Bevo is een iets ander verhaal, die ploeg hoort niet in de degradatiegroep."
Had Swift dan hoger moeten eindigen dan als voorlaatste?
"Als je twee keer van Aalsmeer wint, dan lijkt het daar wel op. We hebben ook wel pech gehad, en een aantal wedstrijden verloren die ook de andere kant hadden kunnen uitvallen. Ik schat de kans dat we het halen, hoog in."
Wat is de kracht van Swift?
"Ten eerste de bereidheid om voor elkaar te knokken, ze stáán er voor elkaar. Ten tweede kent de selectie talentvolle handballers die niet zomaar voor hogere teams aan de kant gaan. Onderschat Swift niet: er zit ervaring en talent, er zijn schutters en snelle spelers."
Het zwakke punt?
"De trainingsfaciliteiten. Als groep moet je 4 tot 5 keer per week trainen, wij komen tot 3 keer. Volendam traint 6 keer. Bij ons traint alleen Dario Polman vaker omdat hij bij de 'talents' zit en bij Jong Oranje. Swift kan niet vaker trainen, financieel is het niet haalbaar. Maar je zit dus wel altijd met een achterstand op andere ploegen."
Hoe lang ga jij nog door?
"Dit is mijn laatste jaar. Lichamelijk is de eredivisie voor mij te zwaar geworden. Ik heb na elke wedstrijd twee hersteldagen nodig. Het houdt een keertje op. Die jongeren rennen en rennen maar. Dat is voor mij niet bij te houden."
De nacompetitie is jouw laatste klus. Ben je extra gemotiveerd?
"Niet extra, want de motivatie is er altijd. Maar die laatste wedstrijden zijn wel heel speciaal. Ik zal wel even moeten slikken na het laatste fluitsignaal."
Is er in die lange carrière ergens een mooiste moment?
"De drie jaar bij Tachos in Waalwijk. Ik kwam van ESCA, was 26 jaar en had nog nooit een prijs gepakt. Bij ESCA zat ik een een vriendengroep, maar bijna alle spelers stopten plotseling. Tachos belde meteen. Daar gebeurde toen van alles. We werden, achter Volendam, tweede van Nederland en we wonnen de bekerfinale van Bevo. Eindelijk een prijs. Toen heb ik wel een traantje gelaten. Met Swift heb ik uiteraard ook mooie dingen meegemaakt, we werden twee keer kampioen van de eerste divisie. Maar met Tachos zaten we bij de top van Nederland."
Waren dat voor jou ook je beste jaren als handballer?
"Dat geloof ik wel, zeker wat mijn ervaring betreft. Op basis daarvan kon ik een belangrijke rol spelen. Maar op mijn 21ste zat ik in het Nederlands team, dan kun je ook wel van een top spreken. Ik heb 12 A-interlands gespeeld. Weliswaar niet als basisspeler, maar ik heb wel mijn minuten gepakt. Ja, daar ben ik wel trots op."
Hoe ziet jouw toekomst in het handbal eruit?
"Dat ligt nog open. Ik zal in elk geval niet meer prestatiegericht bezig zijn. Maar ik blijft altijd in de buurt van het handbal, er komt wel iets voorbij. Handbal heeft 27 jaar non-stop mijn leven beheerst, dat schuif je niet zomaar opzij."
(Foto: Walter Veerman)