van onze AS-redacteur
Op de eerste Jeugd Olympische Spelen (14 tot en met 18 jaar) veroverde het Nederlandse meisjeshockeyteam een gouden medaille. In de finale was Oranje met 2-1 te sterk voor Argentinië. Saskia van Duivenboden, de minst gepasseerde keepster op het toernooi, had een groot aandeel in het succes. Een gesprek met de 17-jarige Arnhemse doelvrouwe.
Je hebt geschiedenis geschreven. Besef je dat al?
Saskia van Duivenboden: "Het waren de eerste Jeugd Olympische Spelen ooit en dan win je goud. Alle foto's en filmpje die ik heb gezien bezorgen me nog kippenvel. Aan alles is te merken dat dit heel belangrijk was, maar het besef dat we geschiedenis hebben geschreven is er nog niet helemaal. Dat komt later nog wel, denk ik."
Jouw redding bij een Argentijnse strafcorner in de laatste minuut was cruciaal. Anders was het zilver geworden.
"Het blijft een teamprestatie. Ik kan niet scoren, dus ik moet de ballen gewoon tegenhouden. Het was een belangrijke redding, maar bij 1-1 moet je toch ook nog een keer een doelpunt maken om te winnen. We hebben het als ploeg gedaan. Het was bij die strafcorner trouwens nog wel even stressen. Door twee keer te vroeg uitlopen werden twee speelsters weggestuurd en stonden we nog maar met zijn drieën in plaats van met vijf man in het doel. Een aantal dacht toen al: dat wordt zilver. Nee, ik niet."
Heb je veel reacties gekregen?
"Heel veel. Ook thuis en van allerlei mensen die ik nooit spreek. En in Singapore wilden mensen met ons op de foto. Op het vliegveld kwamen ze zelfs nog achter me aanrennen. We hadden soms het gevoel dat we popsterren waren."
En dan was er nog de huldiging op Papendal met prins Willem-Alexander.
"Wij hadden in Singapore al met de prins geluncht. Daar was het allemaal veel informeler, heel leuk. Op Papendal waren er hele strenge controles. Maar die afgelopen periode was natuurlijk een hele ervaring. Er kwam heel veel op ons af. Op een normaal toernooi ben je alleen met hockeyers, nu met alle sporters. Het was groots en overweldigend. Soms was het moeilijk om je focus alleen op hockey te houden. In de aanloop naar het toernooi heeft Pieter van den Hoogenband ons nog verteld wat ons te wachten zou staan. Daar hebben we ons voordeel mee gedaan. Hij hield ons voor dat zo'n toernooi heel gaaf was, maar nog gaver als je ook zou presteren."
Droom je al van de echte Olympische Spelen?
"Dat zou heel mooi zijn, maar daarvoor moet je nog zoveel stappen maken. Ik richt me nu weer op mijn club Nijmegen en hoop op een plek bij dames 1. En in juni hoop ik er met Nederland onder 18 weer bij te zijn. Dan is het EK in Utrecht."
En nu weer terug naar het normale leven. Moeilijk?
"Nee hoor, ik ben blij weer thuis te zijn. Met zo'n toernooi moet je overal op letten. Met eten, met slapen. Alles is gericht op presteren. Het doel is nu bereikt, we kunnen weer gewoon eens een frietje nemen."