Gijs van Koppenhagen is apetrots

6 januari 2011 | Van onze AS-redactie

De nieuwjaarsreceptie van ESCA. Het zou er één worden, zoals vele. Tenminste, dat dacht Gijs van Koppenhagen. Maar dat pakte anders uit. De handbalcoryfee werd tijdens de receptie benoemd tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

“Dit was voor mij een hele eer”, vertelt Van Koppenhagen, sinds enige jaren woonachtig in Duiven. “Totaal niet verwacht.”
Burgemeester Henk Zomerdijk van Duiven was er zondagmiddag 2 januari speciaal voor naar sporthal Valkenhuizen in Arnhem gekomen om Van Koppenhagen te huldigen. “Het viel me al op dat het zo druk was. Er waren mensen die je andere jaren nooit zag”, zei een compleet verraste Van Koppenhagen. “Opeens werd ik door voorzitter Jan Wensink naar voren geroepen en toen ik eenmaal op de stoel zat, kwamen familie en oud-ploeggenoten uit de bestuurskamer.”
In zijn toespraak stond Zomerdijk uitvoerig stil bij de indrukwekkende loopbaan van Van Koppenhagen als topsporter, trainer-coach, scheidsrechter en bovenal als vrijwilliger voor zijn vereniging ESCA in het bijzonder en de handbalsport in het algemeen.
Van Koppenhagen kan fraaie anekdotes over zijn imposante carrière vertellen. Zo werd hij met ESCA in 1967 zowel op het veld als in de zaal handbalkampioen van Nederland. “Wij hadden een groep die er altijd stond”, kijkt Van Koppenhagen met plezier terug op die tijd. “We hadden een Duitse trainer, Ralf Lankers. Hij had er de nodige professionaliteit ingebracht. Wij zegden niet af, omdat opa, oma, je vader of je moeder jarig was. Zelf was hij er ook altijd. Na de training reed hij weer terug naar Hannover of Osnabrück.”
Het toeval wilde dat Lankers zelf niet bij de kampioenswedstrijd kon zijn. “Wij hebben nog geprobeerd die wedstrijd te verzetten, maar we kregen geen enkele medewerking. Lankers stond namelijk op de Hannover Messe. Wij hadden nog wel een vliegticket voor hem geregeld, maar hij mocht niet weg. Wij gingen na het behalen van de titel met koetsjes door de stad. Maar het deed pijn dat Ralf Lankers daar niet bij was. Hij heeft zich dat zo aangetrokken dat we hem daarna nooit meer hebben gezien.”
Vele jaren later trokken Van Koppenhagen en oud-ploeggenoot Ab Veenhuizen de stoute schoenen aan. “We zijn hem toen thuis gaan opzoeken. Wat was die man ondersteboven toen wij ineens voor de deur stonden. Totaal van de kaart. Tot diep in de nacht hebben we gesprekken gevoerd. De man was ook zo ESCA-minded. Hij had in die tijd zelfs tekeningen gemaakt voor de bouw van een hal waar nu het tuincentrum staat.”
Het roept bij de nu 75-jarige Van Koppenhagen de beelden op dat ESCA bij gebrek aan een sporthal in Arnhem zijn thuiswedstrijden speelde in Musis Sacrum. “Maar dat veld in Musis was veel te klein. Het was één keer overspelen en schieten. We hebben ook nog gespeeld in de remise en in de groetenveilinghal. Bij competitiewedstrijden moesten eerst de kisten aan de kant worden geschoven. Later speelden we ook in de Beatrixhal in Utrecht, competitie en Europees. Voor 1500 man.”
Opvallend genoeg was handbal niet de eerste sport die Van Koppenhagen bedreef. “Ik ben in 1946 lid geworden van ESCA. Ik ging zwemmen. Zo’n 4 jaar heb ik aan wedstrijdzwemmen gedaan met waterpolo. Mijn oudste zus handbalde en daar ging ik wel eens kijken. Zo ben ik er ingegroeid. Pas in 1953 ben ik gaan handballen. Aanvankelijk in het tweede, vanaf het seizoen 1954-1955 in het eerste.”
Al tijdens zijn actieve handbalperiode werd Van Koppenhagen, die 7 interlands speelde, trainer. Later ging hij ook fluiten. “Dat laatste heb ik 40 jaar gedaan, waarvan 7 jaar in de hoofdklasse. Een prachtige tijd, waar ik veel vrienden en kennissen aan heb overgehouden”, aldus Van Koppenhagen, die behalve bij ESCA ook trainer is geweest bij Batouwe, Groessen en UD in Utrecht. “Maar bij ESCA ben ik 3, 4 keer teruggekeerd, omdat ze dan niemand hadden. Dus altijd weer terug naar mijn oude liefde.”
Over liefde gesproken, Van Koppenhagen dankt daarbij ook zijn vrouw. “Want je vrouw moet wel achter je staan. Dat vergeet je wel eens, maar je bent wel 5 van de 7 avonden per week van huis.”
Zijn Koninklijke onderscheiding kreeg Van Koppenhagen ook voor zijn werk bij Stichting De Klup, die de vrijetijdsbesteding van verstandelijk en lichamelijk gehandicapten een zinvolle inhoud wil geven.
ESCA is Van Koppenhagen daarbij niet vergeten. “Ik ben penningmeester van de ESCA-lotjes, de carnavalsvereniging van ESCA en wij zijn al met een aantal aan het oefenen voor de playbackshow met carnaval. Ik blijf betrokken.”
Veel van zijn oud ploeggenoten uit de gouden tijd van ESCA, zoals George van Noesel, Ab Veenhuizen, Willem Budding, Kees Verheijen, Henny Berkhout, Teun Völker en Berry Kooijer, waren zondag naar Valkenhuizen gekomen om Vvan Koppenhagen te eren. Ook oud-doelman Ruud van de Broek van Aalsmeer was aanwezig. Zij kunnen zich allen gaan opmaken voor een nieuwe heuglijke gebeurtenis. Op 6 juni van dit jaar viert Van Koppenhagen zijn 65-jarig lidmaatschap van ESCA. Met recht een man op trots op te zijn.