Arvevo: nieuwe trainer, nieuwe kansen

17 januari 2011 | Van onze AS-redactie

Hij is net terug van een paar weken skiën in Amerika. Afgelopen zaterdag coachte hij de Arvevo-dames in Grootebroek, deze week traint hij de ploeg een keer en zondag reist hij voor enkele weken af naar Burkina Faso om daar een volleybalcursus te geven. Arvevo heeft een wereldburger als nieuwe trainer binnengehaald: Louis Bosman.

Waar begint de 62-jarige Arnhemmer aan, zou je kunnen stellen, want er kleeft onwillekeurig een smetje aan de Arnhemse volleybalploeg. Uit de boezem van de vereniging klonk immers nog niet zo lang geleden de verzuchting dat de dames de juiste mentaliteit missen voor tweede-divisieniveau. Louis Bosman, dit seizoen – na Holthuijzen en Cijnssen – de derde trainer die het bij de dames mag proberen, lijkt ervaren en nuchter genoeg om de volleybalsters in wat rustiger vaarwater te loodsen en, vooral, het team in de tweede divisie te houden. “Dat is het uitgangspunt. Qua capaciteiten hoort Arvevo in het linkerrijtje. Er is dus perspectief.”
Hij baseert die stelling op een jarenlange ervaring als trainer. Bosman was vooral actief in de Achterhoek: bij Dash, Longa’59, Dynamo, Sparta, Blok, Boemerang. Daarnaast traint hij nu nog een recreatief team van Agilitas en is hij opleider binnen de NeVoBo. Waarom de stap naar Arvevo? Bosman: “Ik zit nu zo’n 30 jaar in het volleybal. Ik had een tijdje niet op dit niveau getraind. Ik volgde de ontwikkelingen bij Arvevo en had een paar keer contact. Het bleef namelijk prikkelen, ik wil nog steeds de uitdaging aangaan. Ik heb na één wedstrijd, zaterdag bij Simokos, al weer gemerkt hoe leuk het is om op dit niveau te werken. De entourage, de sfeer, hoe je wordt ontvangen: ik geniet daar van.”

Arvevo is niet de gemakkelijkste klus. De ploeg staat voorlaatste in de tweede divisie B en heeft mede door blessures een paar flinke tikken gehad. Hoe begint hij aan het karwei? Bosman: “Met persoonlijke gesprekken. Ik wil weten wat er leeft in de groep, wat het karakter van de speelsters is, wat zij willen en verwachten. Alles staat en valt met een goede relatie, de onderlinge band moet stevig zijn. Daarom praat ik veel met onze aanvoerder Annick Kicken. Ja, ik heb de kritische geluiden over het team ook gehoord. Ik ben er net, dus ik kan er niet goed over oordelen. De dames zouden alleen maar lol willen hebben. Nu is plezier hebben in het volleybal wel heel belangrijk, maar mijn ambities gaan veel verder. En die wil ik overbrengen op de groep. Handhaven is het doel en dat eis ik ook van mezelf.”
“Deze dames hebben al veel achter de kiezen, ze zijn min of meer aan hun lot overgelaten. Ze moesten zelf heel veel regelen, er was rond het team weinig structuur, dus geen continuïteit. Voor dit niveau kan dat niet. Daar gaan we aan werken waarbij we wel moeten bedenken dat er beperkingen zijn. Arvevo is géén Vitesse, er is géén geld.”

Kijkend naar de verrichtingen in het veld, oordeelt Bosman: “Twee dingen die eruit springen. De servicedruk is onder de maat en de blokkering deugt niet. Er is te vaak een één-blok-situatie. Dat is dodelijk. We zullen verder veel betere afspraken moeten maken. Bij de passing en de blokkering zijn er veel misverstanden, vooral omdat er geen afspraken zijn. Ik kan die speelsters individueel binnen drie maanden niet beter maken. Ik kan er wél voor zorgen dat teamcompositie verbetert.”
De trainingstijden vormen nog even een probleem. Bosman traint op de maandagavond ook nog een team van Agilitas en wil dat niet laten schieten. Voor die uren wordt naar een oplossing gezocht. Vanaf komende zondag moet hij de Arvevo-dames weer enkele weken alleen laten want hij gaat namens de NevoBo naar Burkina Faso. Bosman: “Ik ben opleider bij de NeVoBo en zit in de werkgroep sportontwikkelingssamenwerking. De bond ondersteunt projecten op diverse plekken in de wereld. Eén ervan is Burkina Faso. We leiden studenten op tot jeugdtrainer. Het is vrijwilligerswerk en erg leuk om te doen.”